Een reisblog schrijven, hoe doe je dat?

door Arnoud Boerwinkel

“Vannacht heeft het geregend na een hele warme dag. We hadden besloten om vandaag  een etappe van 2o km te lopen. Eerst brood gekocht voor onderweg en toen de eerste kilometers gelopen. Na ongeveer 1 uur begon het te regenen, eerst miezeren en daarna wat harder, we hadden toen een kilometer of vijf gelopen.  In het eerste dorpje even koffie gedronken met een stuk appelgebak. Het was inmiddels droog en de zon scheen dus zijn we maar verder gegaan.”

Dit is het soort reisverslag waarmee je je lezer binnen een minuut in slaap hebt gewiegd. Hij gelooft het wel en het volgende verslag wordt misschien nog plichtmatig open geklikt. Maar dan houdt de lezer het voor gezien en dwaalt zijn aandacht af naar spannende filmpjes op YouTube of naar de tot de verbeelding sprekende beursberichten en aandelen­koersen…

“Zingend van gelukzaligheid loop ik door de stromende regen. Ik voel het regenwater dat in bakken uit de hemel komt in kleine stroompjes langs mijn broekspijpen in mijn schoenen verdwijnen. Mijn voeten soppen in mijn doorweekte sokken, maar het deert me niet. Nee, mijn dag kan nu al niet meer stuk, want heb ik zojuist een geweldige ontmoeting gehad. Dat begon zo…”

Als je zo je verhaal begint kun je erop rekenen dat de lezer verder leest.  Waarin zit hem het verschil?

  • Schrijf niet elke dag een verhaal. Houd de spanning erin en beperk je tot één, hooguit twee maal per week.
  • Laat de chronologie los. Dat de dag begon met brood kopen en dat je een regenbui over je hoofd hebt gehad en vervolgens

    Reismee.nl

    een kop koffie ergens hebt gedronken: allemaal niet interessant. Begin je verhaal met een pakkende inleiding, het hoogte­punt of het dieptepunt en vervolg met een scène die hieraan voorafging. Dit kan worden  gevolgd door een middenstuk waarin wordt uitgeweid – en eventueel een slot waarin een conclusie wordt getrokken.

  • Wees zelfkritisch en bedenk voor wie je schrijft. Houd er rekening mee, dat buiten jouw reis het leven gewoon doorgaat en dat mensen al  heel veel mails krijgen. Vermijd daarom “en-toen-en-toen-verhalen”, maar beperk je tot de hoogte- en dieptepunten, de contrasten, de verwachtingen en eventuele teleurstellingen. Elke keer een thema helpt je te focussen: bijv. de bloemen op je tocht, de inhoud van je rugzak, de geluiden die je hoort, de bewegwijzering, de overnachtingen, wandelen vanuit de invalshoek van

    Waarbenjij.nu

    een paar voeten.

  • Houd tijdens de wandeling een opschrijfboekje bij de hand. Daarin kun je heel kort met steekwoorden indrukken opschrijven. Beperk je daarbij niet tot wat je ziet, maar ook tot wat je ruikt, hoort, voelt, proeft en ervaart. Dat hoeft maar heel kort te zijn. ’s Avonds kun je die aantekeningen nog wat aanvullen en summier uitwerken. In plaats van een opschrijfboekje kun je ook de spraak­memo-functie van je smartphone gebruiken.
  • Show; don’t tell, is een vuistregel voor elke schrijver. M.a.w. vertel niet dat je door een mooi landschap loopt, of een leuk gesprek hebt met een charmante bakkers­vrouw, maar laat zien waarom dat landschap of die vrouw of dat gesprek indruk op je maakt. Neem de tijd en de ruimte om in te zoomen op de details, zodat de lezer met je meeleeft en –voelt. Dialogen verlevendigen het verhaal.
  • Denk na over de openingszin waarmee je je lezer je verhaal in wilt trekken. Aarzel niet met de deur in huis te vallen, bijvoorbeeld met een dialoog, een raadselachtige sfeer, een paradox of een beeldende situatie. Maar ook een waardige afronding verdient enige aandacht.  Het leest prettig als je aan het einde tot een bevredigende conclusie komt, weer teruggrijpt naar het begin of de lezer weer in de wereld terugbrengt naar het nu. Dat doet je lezer verlangen naar het vervolg

    gaatverweg.nl

    van je tocht. En dat stimuleert jou na te denken over de volgende openingszin…

  • Zorg voor een pakkende titel en voeg kopjes en subkopjes toe.
  • Vermijd een verhaal met alleen hoogtepunten. Noem ook de dieptepunten en aarzel niet contrasten daartussen te beschrijven, desnoods enigszins aan te scherpen.
  • Schrijf associatief: ga ook in op de herinneringen die bepaalde beelden of ervaringen bij je oproepen. Dat geeft je verhaal profiel.
  • Probeer je verhaal verder beeldend te maken door het gebruik van metaforen en vergelijkingen. Jan Brokken beschrijft (in “De wil en de weg”) een grijze hemel als ‘zeven tinten grijs, geschilderd door een manisch-depressieve God’, maar waarschuwt tevens voor overdadig gebruik van beeldspraak. ‘Je moet beelden alleen gebruiken wanneer ze een dramatische

    pindat.com

    kracht hebben’.

  • Houd het kort. Schrijf in korte zinnen, gebruik actieve werkwoordsvorm, vermijd formeel taalgebruik en een overdaad aan bijvoeglijke naamwoorden.
  • Denk tijdens de wandeling na over wat je wilt schrijven. Welke gedachtes, twijfels  en ideeën komen er bij je op terwijl je voeten en benen het zware werk doen? Noteer die tijdens je pauze in korte zinnen of steekwoorden in je opschrijfboekje.
  • Zoom in op details. Een bijzonder gesprek gevoerd met een kleurrijke localo? Een grappig misverstand of miscommunicatie door taalverschil? Of een smakeloze maaltijd gegeten? Beschrijf in details de dialogen, de sfeer, de omgeving, de geuren.
  • Tot slot: lees je verhaal nog eens goed door voordat je het uploadt: corrigeer spel- en stijlfouten en

    reislogger.nl

    verwijder overbodige lappen tekst en vanzelfsprekendheden

    Dit is een ingekorte versie van een tweetal artikelen dat eerder verscheen in Nieuwsbrief 23 en 24. “Op ‘n bolletje wol naar Rome” van dezelfde schrijver bevat een bundeling van de weblogs die hij maakte van zijn voettocht naar Rome in 2012.

    De afbeeldingen zijn voorbeelden van weblogs, er zijn er veel meer.